Eichhornia.jpg
Cichliden houden Afdrukken

 

Cichliden houden is echt niet zo moeilijk als u denkt als u het maar doet op de manier zoals de vissen het willen. En dat is nu juist zo moeilijk! Zo'n vijftien jaar geleden kon het nog gebeuren dat de echte liefhebber van een Hollandse Plantenbak een beginnend aquariaan probeerde op te beuren met de mededeling: "Als je die (planten)bak nu helemaal niet voor elkaar kunt krijgen, dan kun je nog altijd een cichlidenbak beginnen". Ik ben geneigd te stellen dat eerder het tegengestelde het geval is. Pas als je in staat bent om een plantenbak goed in evenwicht te brengen en te houden is de tijd gekomen om je op cichliden te storten.

Vijftien jaar geleden was ook de tijd, u begrijpt hier spreekt iemand uit ervaring, dat bezitters van een cichlidenbak nog steevast werden bestempeld als Keienboer of Cichlidioot. Als het beestje perse een naam moet hebben voel ik persoonlijk meer voor de titel Cichlidofiel. Fiel, denk maar aan Anglofiel, houden ergens van en dat doen wij ook. Wij houden van vissen en meer in het bijzonder van Cichliden, wat de gevolgen daarvan ook mogen zijn. Iets waarvan je houdt, wil je graag verzorgen en daarvoor zal je minimaal moeten weten waar het betreffende slachtoffer van jouw verzorging zich in de vrije natuur ophoudt en op welke wijze hij zich in leven pleegt te houden.

Een oprechte cichlidenliefhebber mag en zal ook nimmer cichliden uit verschillende biotopen bij elkaar in één aquarium stoppen. En daar komt plotseling een hele nieuwe dimensie van het aquariumhouden om de hoek kijken. Men zal zich moeten gaan verdiepen in de herkomst, lees: plaatselijke leefomstandigheden in de natuur van de cichliden van onze keuze. Maar eer we zover zijn zal er nog het nodige veldwerk verricht dienen te worden om vast te stellen wat voor biotoop we willen. En dat brengt ons al direct op het eerste belangrijke kenmerk van een cichlidenaquarium. Het is een biotoopaquarium, en voor we met cichliden kunnen gaan beginnen zullen we ons moeten afvragen wat voor soort cichliden we willen gaan houden. We zullen ons daarbij minimaal moeten gaan beperken tot de volgende mogelijkheden:

Dwergcichliden

  • Zuid-Amerika
  • West-Afrika

Andere cichliden

  • Zuid-Amerika
  • Midden-Amerika
  • West-Afrika
  • Victoriameer
  • Tanganyikameer
  • Malawimeer
  • Madagascar

Ik heb bewust gekozen voor de opmerking minimaal beperken omdat u ook wel begrijpt dat het gehele continent Zuid-Amerika wel een bijzonder grote biotoop  genoemd mag worden. Een Biotodoma uit het Amazonegebied voelt zich uiterst behaaglijk bij een temperatuur van 28°C. Een Gymnogeophagus uit Argentinië daarentegen voelt zich een stuk beter bij 17°C. Maar ook als men kiest voor het (veel) kleinere Midden-Amerika kan men zich beter tot één of maximaal twee staten bv. Mexico of Panama en Costa Rica beperken. Ook de liefhebbers van de grote meren van Afrika beperken zich veelal tot een stukje van het meer. Niet zo vreemd als men bedenkt dat het Malawimeer (zonder de vele eilandjes) al een totale kustlijn heeft van meer dan 1300 kilometer. Een kustlijn die bestaat uit zandstranden, rotskusten, moerassen, en alle mogelijke combinaties hiervan, die allemaal weer hun specifieke vispopulaties herbergen.

Wat voor soort aquarium?

Hoe kunt u nu gaan bepalen wat voor een biotoop u in uw aquarium wilt gaan proberen na te bootsen. Dit is in de eerste plaats heel sterk afhankelijk van de grootte van het aquarium dat u, in overleg met uw huisgenoten, zult kunnen gaan plaatsen. Voor een redelijk cichlidenaquarium moet u toch al gauw denken aan formaten als 150x50x50cm, terwijl 200x60x60cm nog veel meer en betere mogelijkheden biedt. (Dwergen kunnen uiteraard met een kleinere bak terecht). Bij het vaststellen van het formaat moet u er om denken dat het vloeroppervlak veel belangrijker is dan de hoogte, (dus liever 200x60x50cm dan 200x50x60cm). Is het formaat van uw bak eenmaal bekend, dan moet u met volle inzet drie dingen gaan doen: Lezen, lezen, lezen, Vragen, vragen, vragen. Kijken, kijken, kijken, in welke volgorde dan ook. Naast het advies lid te worden van de Nederlandse Vereniging van Cichlidenliefhebbers, NVC is dat echt de enige goede raad die ik u kan geven als u serieus overweegt om cichliden te gaan houden. Eerst moet u een idee krijgen hoe een bepaalde bak er in de praktijk uit ziet. Zoek contact met andere cichlidenliefhebbers en kijk eerst naar die aquaria voor u een beslissing neemt. En als u dan zit te kijken (het liefst met uw partner) vraag dan zoveel u maar kunt bedenken over:

  • Inrichting: zand – stenen – hout - planten
  • Filtersystemen: droog – nat – bioloog - inbouw
  • Watersamenstelling: pH – DH – KH - Microsiemens
  • Gedrag van de vissen: rustig – druk - dominant
  • Voedsel: plantaardig - kreeftachtigen

Water verversen: hoe vaak – hoeveel - wanneer ?

Lezen wordt iets minder makkelijk omdat er in de Nederlandse taal niet zo veel literatuur is verschenen. Wel bestaat er een Nederlandse versie van HET CICHLIDENBOEK, een prima naslagwerk voor zowel de beginnende als de gevorderde liefhebber. Het is onder redactie van de in cichliden-kringen alom bekende auteur Ad Konings geschreven door een twaalftal auteurs die elk hun specialiteit behandelen. Als u eenmaal, al lezend, vragend en kijkend, hebt besloten wat voor cichlidenaquarium u wilt gaan houden is de tijd gekomen om over de levende have na te gaan denken. U moet daarbij een paar regels goed voor ogen houden: Bijna elke cichlidenliefhebber heeft de neiging om te veel vis in zijn aquarium te stoppen. Begrijpelijk als je bak het goed doet en je bij een medeliefhebber of de handel weer zo'n mooi visje ziet zitten, dat uitgerekend ook nog in jouw biotoop thuis hoort. Het oog is altijd groter dan de bak. Kleine visjes worden groot. Overdaad schaadt.

Laat u niet misleiden door iemand die zegt: "In mijn bak zitten er wel 35 en die vechten nooit" Dat is logisch want die dieren zitten permanent in de stress. Ze hebben de moed om een territorium te verdedigen opgegeven, want als ze één belager hebben verjaagd staan er al weer drie nieuwe klaar. Ik moet u helaas mededelen dat stress voor cichliden net zo slecht is als voor de mens. Er zijn paarvormende cichliden die zich door de aquariaan vrij makkelijk een partner laten opdringen. U kunt dus volstaan met de aanschaf van een mannetje en een vrouwtje (voor zover dat tenminste valt te bepalen).

Er zijn echter soorten die dit zelf wel uitmaken en in dat geval dient u vijf tot zeven jonge dieren aan te schaffen en het vormen van (kweek)koppels aan de vissen zelf over te laten. Van weer andere cichliden, zoals de muilbroedende soorten uit het Malawimeer, dient u één man en drie vrouwtjes aan te schaffen om het muilbroedende vrouwtje enige rust van het mannetje te garanderen. Enkelen hebben daar moeite mee omdat de mannetjes van b.v. Aulonocara mooier zijn gekleurd dan de vrouwtjes.

Wel eens een bak gezien met alléén mannen? Zóóó kleurrijk en ook geen last van jongen!!!

Maar waar ging het nu ook weer om? Een bak met een regenboog of een harmonisch biotoop waarin de vissen hun natuurlijk gedrag zo veel mogelijk kunnen benaderen. Blijf de vissen wel goed observeren, want als zich eenmaal koppels gaan vormen worden de overblijvers meestal niet al te zachtzinnig verstoten. Het gedrag van cichliden is nu eenmaal niet van tevoren te voorspellen en naderhand ook niet door ons te veranderen en daarom zullen we er altijd attent op moeten zijn dat te dominante vissen niet bezig zijn de rest van de bevolking te molesteren. We komen nu dus op het terrein van die aquarianen die een hekel hebben aan cichliden en deze dieren bestempelen als: Plantenvreters, moordenaars en gravers.

Dit klinkt wel erg negatief en daarom wil ik het iets positiever formuleren, zonder de specifieke gewoonten van deze dieren te willen verhullen. Er zijn cichliden die planten eten. Een volwassen koppel Uaru amphiacanthoides eet binnen 2x24 uur een goed beplante bak van een meter helemaal leeg en kijkt dan rijkhalzend uit naar een nieuwe lading groenvoer. Maar is het hun schuld dat u ze in het verkeerde aquarium zet? Er zijn cichliden die vissen eten. Een volwassen Crenicichla vittata (lengte ruim 20cm) eet in enkele dagen de 100 zalmpjes, die nog in de vorige plantenbak zijn blijven zitten op zijn gemak op. Maar wederom: Kan hij het helpen dat hij nu weer geen planten lust? Er zijn cichliden die graven. Het mannetje van Cyathopharynx furcifer bouwt als hij tot voortplanting wil overgaan en dus een vrouwtje wil imponeren, een kraternest met een doorsnee van 35cm en 5cm diep. Als daar geen ruimte voor voorzien is, dan maakt hij die zelf wel. Weet hij veel dat U die goed beplante voorkant juist zo leuk vond. Cichliden uit het geslacht Geophagus (letterlijk vertaald: Aardvreters) kauwen op zoek naar voedsel de bodemgrond door. Ze nemen een hap grond, zeven de eetbare organismen er uit en spoelen het zand door de kieuwen naar buiten wat van die leuke bergjes tegen de voorruit geeft. Kunt u zich voorstellen hoe blij dit soort dieren is als u de bodem van het aquarium bedekt met een flinke laag groot formaat grind, dan wel klein formaat kiezelstenen. Uit het vorenstaande kunnen we derhalve ook maar één conclusie trekken: Als het mis gaat met de cichlidenhobby, is het altijd de schuld van de aquariaan en nooit van de vissen.

Als u bovenstaande stelling onderschrijft geef ik u een goede kans van slagen als u met deze fascinerende tak van de aquaristiek wilt beginnen.

Veel succes en plezier toegewenst.

 
RocketTheme Joomla Templates