scatophagus.jpg
Killi-vissen Afdrukken

Siervis Leuven

De Killi is de populaire naam voor de grote familie van de eierleggende tandkarpers.
Ze zijn zeer nauw verwant met de ei-levendbarende karpertjes, die beter gekend zijn als Guppy's, Platy's, halfsnavelbekjes enz.
Voor het gezelschapsaquarium  zijn deze vissen niet zeer geliefd, niettegenstaande hun kleurenpracht en vreedzaamheid.

Killi’s eieren hebben steeds een incubatietijd nodig; dit wil zeggen dat de eieren niet onmiddellijk tot ontwikkeling komen na het verlaten van het moederlichaam.
De Killi’s met een langere (vanaf 2 tot 7-8 maand) ‘droge’ incubatietijd ; noemen we de ‘Seizoenkilli’s’: zij zetten steeds hun eieren af in de bodem
De andere soorten hebben ‘natte’ incubatietijd in het aquarium (of poeltje) en deze noemen we de Niet-Seizoenkilli’s; zij zetten eieren af in substraten maar niet in de bodem.

Killi’s komen voor in vele vinvormen met in elk geslacht nog een aantal stammen:

Niet Seizoen Killies: Seizoen Killies:
Adinia (1 soort) Aphyolebias (8 soorten)
Aplocheilus (7 soorten) Austrofundulus (7 soorten)
Aphyoplatys (1 soort) Austrolebias (38 soorten)
Aphyosemion (85 soorten) Callopanchax (4 soorten)
Epiplatys (40 soorten) Campellolebias (4 soorten)
Episemion (2 soorten) Cynolebias (13 soorten)
Fenerbahce  (1 soort) Cynopoecilus (5 soorten)
Foerschichthys  (1 soort) Fundulupanchax (29  soorten)
Fundulus (42  soorten) Gnatholebias (1 soort)
Kryptolebias (7 soorten) Leptolebias (7 soorten)
Leptolucania (1 soort) Llanolebias (1 soort)
Lucania (3 soorten) Maratecoara (3 soorten)
Millerichthys (1 soort) Megalebias (5 soorten)
Nimbapanchax (5 soorten) Micromoema (1 soort)
Pituna (6 soorten) Moema (9 soorten)
Prorivulus (1 soort) Neofundulus (5 soorten)
Profundulus (5 soorten) Nothobranchius (52 soorten)
Rivulus (124 soorten) Notholebias (3 soorten)
Scriptaphyosemion (12 soorten) Papiliolebias (1 soort)
Plesiolebias (8 soorten)
Pterolebias( 3 soorten)
Rachovia (4 soorten)
Renova (1 soort)
Simpsonichthys (53 soorten)
Stenolebias (2 soorten)
Terranatus (1 soort)
Trigonectes (1 soort)

Volgens Ruud Wildekamp is de naam Killi ontstaan in de 17de eeuw. "Kil"of “kilde” is een oud Hollands woord voor watertje, slootje en waterplasje of poeltje. Onze Killi’s zijn dan ook in zulke watergebieden te vinden. Hierdoor zijn ze dan ook in de natuur heel kwetsbaar. Menig biotoop valt ten prooi aan de oprukkende industrie. Ook door de ontbossing creëert men op zeer korte tijd stukken woestijn, zodat Killibiotopen volledig uitdrogen. Hierdoor sterven er regelmatig stammen van Killi’s uit. Het is namelijk zo dat er per biotoop steeds maar één stam te vinden is.

Soorten die in rivieren leven komen meestal voor met meerdere stammen. Deze soorten zijn ook minder seizoensgebonden.

De Killi’s die in poelen leven hebben een aparte overlevingswijze opgebouwd. De eieren blijven in de bodem zitten tot in het regenseizoen. Bij de eerste regenbuien komen er slechts een paar visjes uit. Als de regen blijft aanhouden en er veel water in de poelen blijft staan zullen ook de andere eieren uitkomen. Zodoende zal bij een toevallige regenbui niet heel het broed uitsterven.

Dit fenomeen doet zich ook voor bij de kweek in gevangenschap: de eieren komen uit met een tussenperiode van één tot twee weken.

Om te kweken heb je een viertal aquaria van 5 à 10 liter nodig. Eén voor het mannetje, één voor het vrouwtje, een kweekbakje en een bakje voor de opfok van de jongen. Het mannetje en het vrouwtje zet je best apart in half regen- en half put- of leidingwater. Als voedsel krijgen ze graag zwarte en witte muggenlarven zodat er een goede ei-aanzetting kan zijn. Na veertien dagen gaan ze samen in een bakje gevuld met regenwater en een gepast afzetsubstraat. Al gauw zullen ze tot ei-afzetting overgaan.

Na drie weken kan je de eieren met het uitgeknepen substraat dan in een botervlootje overbrengen en dit voor een periode van één tot negen maanden, al naargelang de soort, laten rusten. Na deze periode volstaat het om het substraat in een bakje gevuld met regenwater te brengen. Binnen de kortste keren zal je de eerste jongen zien rondzwemmen. Er zijn ook stammen die deze droge periode niet nodig hebben.

Voor meer info over de nakweek van Killi’s kan je best een gespecialiseerd boek raadplegen:

  • Killivissen van Ruud Wildekamp,
  • Tandkarpers biotopen van JJ Hoedeman
  • Tandkarpers en hun verwanten van JJ Hoedeman.

Succes ermee!

 
RocketTheme Joomla Templates